Het opzet en engagement van Prostaatlijn vzw is prostaatkanker uit de taboesfeer halen en mensen bewust maken zich tijdig te laten onderzoeken.
Tevens willen wij iedereen die vragen heeft omtrent prostaatkanker een steun bieden om bezorgdheden en ervaringen met elkaar te delen.
Welkom op onze volgende activiteiten:

Op een infoavond komen mensen luisteren naar presentaties van een huisarts, een uroloog, een radiotherapeut en andere deskundigen die uitleg geven rond opsporing, diagnose en behandelingen van prostaatkanker.
Lotgenoten zijn uiteraard welkom maar we richten ons ook op 50-plussers die aan hun gezondheid denken en bv een PSA-waarde, een Gleason score willen begrijpen.
Na de uiteenzettingen is er mogelijkheid om vragen te stellen en er zijn lotgenoten aanwezig die luisteren / antwoorden omtrent bedenkingen en ervaringen rond prostaatkanker.
Welkom op dinsdagavond 27 oktober 2026 in de Raadzaal van het Nieuwe Gemeentehuis in Zonhoven, Kerkplein 1.
Deuren open vanaf 18u, aanvang 19u.
Onze oprechte dank aan het Gemeentebestuur van Zonhoven voor deze prachtige locatie!
Iedereen welkom, gratis toegang doch het aantal plaatsen is beperkt waardoor we vragen om zo vlug mogelijk in te schrijven via de website van de Gemeente Zonhoven: http://www.zonhoven.be/lezing-prostaatkanker


Elke dinsdag publiceren we het antwoord van een arts / verpleegkundige / deskundige op een ontvangen vraag rond prostaatkanker.

Hoelang wacht je het best na een operatie, prostaatverwijdering om terug zelf met een auto te rijden?
Het advies is om de eerste twee weken na de ingreep niet zelf met de auto te rijden. Dit om druk op het wondgebied te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer u plots moet remmen. Het is belangrijk om goed naar uw lichaam te luisteren en pas opnieuw met de auto te rijden wanneer u zich daartoe in staat voelt. Volg hierbij ook steeds het advies van uw behandelend arts.

Thuisvepleging na een radicale prostaatverwijdering: noodzakelijk of niet?
Na een radicale prostatectomie heeft niet elke patiënt thuisverpleging nodig. Wanneer de urethrale verblijfssonde vóór ontslag verwijderd is en de patiënt voldoende spontaan kan urineren, zonder relevante residuele urine, kan hij doorgaans zonder verdere verpleegkundige zorg naar huis.
Toch kan een gepland thuisbezoek zeker een meerwaarde zijn, vooral omdat patiënten steeds vroeger na de ingreep het ziekenhuis verlaten.
De thuisverpleegkundige kan de patiënt begeleiden bij urine-incontinentie, adviseren over het gebruik van aangepast incontinentiemateriaal en hem stimuleren om de preoperatief aangeleerde bekkenbodemspieroefeningen ook daadwerkelijk uit te voeren. Ook wondzorg (vrij beperkt na robotchirurgie) en algemene postoperatieve observatie maken deel uit van de verpleegkundige zorg.
Een belangrijk aandachtspunt is het tijdig herkennen van mogelijke complicaties. In de praktijk zien we dat patiënten kort na ontslag soms te maken krijgen met acute urineretentie, hematurie (bloed in de urine) of een belangrijke bloeding. Het tijdig herkennen van deze alarmsymptomen (ook koorts) en correct doorverwijzen kan een onnodige vertraging in de behandeling voorkomen.
Wanneer een patiënt met een urethrale verblijfssonde of suprapubische katheter naar huis gaat, is thuisverpleging uiteraard meer aangewezen voor de verzorging, controle en verdere opvolging van de sonde of katheter.
Kortom: thuisverpleging is niet standaard noodzakelijk na een radicale prostatectomie, maar kan wel een belangrijke meerwaarde bieden in de postoperatieve opvolging en bijdragen aan een veilige overgang van het ziekenhuis naar de thuissituatie.

Ik heb geen klachten. Moet ik mij dan zorgen maken over mijn prostaat?
Geen klachten hebben betekent niet automatisch dat er niets aan de hand is, maar het betekent ook niet dat je meteen ongerust moet zijn.
Veel prostaatproblemen ontstaan pas op latere leeftijd. Een goedaardige prostaatvergroting kan bijvoorbeeld zorgen voor plasklachten, terwijl prostaatkanker vaak lange tijd geen klachten geeft. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar symptomen te kijken, maar ook naar je persoonlijke risico.
De belangrijkste risicofactoren voor prostaatkanker zijn vooral leeftijd en familiale belasting. Hebben je vader, broer of andere naaste familieleden prostaatkanker gehad? Dan is het aangeraden om dit met je huisarts te bespreken.
De beste aanpak is niet wachten tot er problemen zijn, maar bewust omgaan met je gezondheid: goede informatie zoeken, luisteren naar je lichaam en op tijd advies vragen wanneer je twijfelt.

Wanneer heeft het nut om behalve het PSA gehalte ook de hoeveelheid testosteron in het bloed te meten na een prostaatverwijdering?
Na een radicale prostatectomie (volledige verwijdering van de prostaat) heeft het meestal geen zin om standaard ook het testosterongehalte in het bloed te meten. Voor de opvolging na de operatie is vooral het PSA belangrijk.
Een testosteronmeting wordt wél belangrijk wanneer u hormoontherapie krijgt of heeft gekregen. Met deze behandeling wordt de werking van testosteron sterk verminderd, omdat testosteron de groei van prostaatkankercellen kan stimuleren. Een bloedtest kan dan nagaan of het testosterongehalte voldoende is gedaald. Na het stoppen van de hormoontherapie kan de test ook aantonen of het testosterongehalte zich opnieuw herstelt.
Na een prostaatverwijdering wordt hormoontherapie meestal gegeven wanneer er aanwijzingen zijn dat de ziekte opnieuw actief wordt. Vaak merkt men dit eerst aan een opnieuw meetbaar of stijgend PSA. Een behandeling in deze situatie wordt een ‘salvage’-behandeling genoemd.
Bij een ziekte die nog beperkt is tot de prostaat of de directe omgeving ervan, kan radiotherapie (bestraling) worden gegeven, eventueel gecombineerd met hormoontherapie. Dit kan ook gebeuren wanneer er slechts een beperkt aantal uitzaaiingen aanwezig is.
Wanneer de prostaatkanker zich verder heeft verspreid en er sprake is van uitzaaiingen op meerdere plaatsen, is meestal een behandeling nodig die door het hele lichaam werkt. Dit noemen we een systemische behandeling. Hormoontherapie vormt hierbij meestal een belangrijk onderdeel.
Samengevat: na een radicale prostatectomie is het PSA de belangrijkste bloedtest voor de opvolging. Een testosteronmeting is niet standaard nodig. Ze wordt vooral uitgevoerd wanneer hormoontherapie wordt gegeven of werd gegeven, om na te gaan of de behandeling voldoende effect heeft of om het herstel van het testosterongehalte na de behandeling te volgen.

Wat wordt verstaan onder ‘focale therapie’ als behandeling van prostaatkanker?
Bij een klassieke behandeling van gelokaliseerde prostaatkanker – bijvoorbeeld een operatie of radiotherapie – wordt de volledige prostaat behandeld. Focale therapie vertrekt vanuit een ander principe: men behandelt enkel het deel van de prostaat waarin de klinisch relevante tumor zich bevindt, terwijl men zoveel mogelijk gezond prostaatweefsel spaart.
Het concept kan enigszins worden vergeleken met een lumpectomie bij borstkanker: niet noodzakelijk het volledige orgaan behandelen wanneer een tumor voldoende precies kan worden gelokaliseerd.
Daarvoor is een zeer nauwkeurige selectie noodzakelijk, meestal op basis van multiparametrische MRI, gerichte én systematische prostaatbiopten en tumorkenmerken.
Er bestaan verschillende technieken. De bekendste zijn HIFU (High-Intensity Focused Ultrasound) en cryotherapie, waarbij het tumorgebied door warmte of bevriezing wordt vernietigd. Andere technieken, zoals irreversibele elektroporatie, worden eveneens onderzocht.
Het belangrijkste potentiële voordeel is dat men, door slechts een deel van de prostaat te behandelen, de kans op bijwerkingen zoals urine-incontinentie en erectiestoornissen probeert te verminderen.
Maar focale therapie is niet geschikt voor iedere patiënt. Prostaatkanker kan bovendien op meerdere plaatsen in de prostaat aanwezig zijn. Een goede patiëntselectie en een strikte opvolging na de behandeling, met PSA, MRI en soms nieuwe biopsieën, blijven daarom essentieel.
Belangrijk is dat focale therapie vandaag nog geen standaardbehandeling is voor primaire prostaatkanker. Hoewel de resultaten op korte en middellange termijn veelbelovend zijn, is nog niet aangetoond dat de oncologische resultaten op lange termijn gelijkwaardig zijn aan die van radicale prostatectomie of radiotherapie. De EAU beschouwt focale therapie daarom als een behandeling in onderzoek: HIFU en cryotherapie binnen een prospectief register, en andere focale technieken binnen goed opgezette klinische studies.
Voor zorgvuldig geselecteerde mannen kan het een interessante optie zijn, maar de keuze moet steeds individueel en multidisciplinair worden besproken.

Jonas De Wolf, verpleegkundig specialist, mannelijke gezondheidszorg, Jonas Medical Services, Lebbeke, antwoordt op onze vraag: ‘Ik ben 47 en heb prostaatkanker. Mijn uroloog stelt voor om mijn prostaat te verwijderen waarbij ook mijn zaadblaasjes zullen verwijderd worden. Wat is er mogelijk om eventueel mijn sperma te bewaren mocht ik ooit toch nog een kinderwens hebben na de ingreep?‘
De belangrijkste mogelijkheid is om vóór de operatie sperma te laten invriezen (cryopreservatie).
Bij het verwijderen van de prostaat en de zaadblaasjes komt er na de operatie bij een orgasme geen zaadvocht meer vrij. Dit noemen we een ‘droog orgasme’. De teelballen kunnen nog steeds zaadcellen produceren, maar deze kunnen niet meer via de natuurlijke weg worden geëjaculeerd. Sperma vooraf bewaren kan daarom belangrijk zijn om de mogelijkheid op biologisch vaderschap voor later te behouden.
Hiervoor kan u worden doorverwezen naar een fertiliteitscentrum of centrum voor reproductieve geneeskunde. Meestal worden één of meerdere spermastalen afgenomen en diepgevroren bewaard. Deze kunnen later gebruikt worden bij een vruchtbaarheidsbehandeling, bijvoorbeeld via IVF (in-vitrofertilisatie) of ICSI (intracytoplasmatische sperma-injectie), waarbij één zaadcel rechtstreeks in een eicel wordt ingebracht.
Wanneer het niet lukt om via masturbatie een spermastaal te bekomen, kan in bepaalde situaties ook een manuele spermacollectie of een andere medische techniek worden overwogen. Ook gespecialiseerde privépraktijken kunnen ondersteuning bieden bij de voorbereiding en spermacollectie, in samenwerking met een fertiliteitscentrum voor de verdere verwerking en bewaring.
Een diagnose van prostaatkanker brengt uiteraard heel wat met zich mee, waardoor een latere kinderwens misschien niet de eerste bekommernis is. Toch is het belangrijk om hierover vóór de behandeling na te denken. Ook wanneer er vandaag geen concrete kinderwens bestaat, kan dat later anders zijn. Sperma laten invriezen betekent niet dat u later voor kinderen móét kiezen; het bewaart vooral die mogelijkheid.
Bespreek dit daarom tijdig met uw uroloog en wacht hiermee niet tot vlak voor de ingreep. Het fertiliteitstraject wordt best zo vroeg mogelijk opgestart, zodat de kankerbehandeling hierdoor niet onnodig hoeft te worden uitgesteld. Ook na de operatie kunnen soms nog zaadcellen rechtstreeks uit de teelbal of bijbal worden verkregen, maar daarvoor is een medische ingreep nodig. Sperma vooraf laten invriezen is daarom, indien mogelijk, de eenvoudigste manier om de mogelijkheid op een latere kinderwens te bewaren.

Tina Du Bois, uro-onco verpleegkundige AZORG – Aalst antwoordt op onze vraag: ‘Is er vanwege de overheid een financiële tegemoetkoming in geval van blijvend urineverlies na een prostaatverwijdering?‘
Mannen die na een prostaatverwijdering blijvende urine-incontinentie hebben, kunnen onder bepaalde voorwaarden een tegemoetkoming ontvangen.
De behandelend uroloog vult een aanvraagformulier in, dat de patiënt nadien aan zijn ziekenfonds bezorgt.
Wanneer aan de voorwaarden is voldaan, ontvangt de patiënt jaarlijks een forfaitair bedrag, dat periodiek wordt geïndexeerd. Momenteel bedraagt dit bedrag € 211,53.
Deze tegemoetkoming moet om de drie jaar opnieuw worden aangevraagd.

IVM milieubeheer antwoordt op onze vraag: ‘Verleent IVM – afvalverwerking een subsidie voor herbruikbaar incontinentie- en hygiënemateriaal?‘
Het klopt dat IVM milieubeheer een subsidie uitreikt voor herbruikbaar incontinentie- en hygiënemateriaal. Dit wil zeggen materialen die gewassen worden en opnieuw gebruikt worden zoals bijvoorbeeld incontinentieslips.
Dit is een éénmalige subsidie voor alle inwoners die zelfstandig wonen in de gemeenten Aalter, Assenede, Deinze, Eeklo, Evergem, Gavere, Kaprijke, Lievegem, Maldegem, Merelbeke, Nazareth-De Pinte, Sint-Laureins, Sint-Martens-Latem en Zulte.
Het volledig reglement, alsook een aanvraagformulier kan digitaal ingediend worden via website: www.ivmmilieubeheer.be Contactformulier nieuw | IVM milieubeheer
Sommige thuiszorgwinkels helpen mensen om die aanvraag in te vullen en de juiste documenten mee te sturen.
Op de vraag of die subsidie ook in andere Vlaamse regio’s van toepassing is hebben wij momenteel nog geen antwoord. Van zodra we meer weten zullen we het publiceren.

Prof. dr. Dominique Vandijck, gezondheidseconoom UGent, co-CEO Stop Darmkanker vzw antwoordt op onze vraag: ‘Waarom wordt niet elke man vanaf 50 jaar automatisch gescreend op prostaatkanker?’
Dat lijkt op het eerste zicht een logische vraag.
Wanneer we kanker vroeger vinden, kunnen we toch sneller ingrijpen?
Maar bij prostaatkanker ligt het iets complexer.
De meeste (niet alle) prostaatkankers groeien heel traag en zouden tijdens iemands leven daardoor nooit problemen geven. Als we die toch ontdekken, kan dat, naast psychische stress, leiden tot extra onderzoeken en soms behandelingen die zelf een grote impact hebben, zoals problemen met plassen of seksuele klachten.
Een PSA-test kan ons vertellen dat er mogelijk iets aan de hand is, maar het is geen perfecte test die meteen zegt: “dit is een gevaarlijke kanker”. Daarom gaat het niet alleen over “vinden we kanker?”, maar vooral over de vraag: “vinden we de juiste kanker bij de juiste persoon en kunnen we die persoon daardoor echt beter helpen?”
Een gesprek met de huisarts blijft daarom belangrijk: niet elke man heeft dezelfde risico’s en niet elke keuze past bij elke man.

Dr. Boret, uroloog, AZ Oostende antwoordt op onze vraag: ‘Wat betekent de diagnose ‘niet-bacteriële chronische prostatitis?’
Prostatitis betekent letterlijk ‘ontsteking van de prostaat’. Er bestaan verschillende vormen van prostatitis, waaronder:
- Acute bacteriële prostatitis
- Chronische bacteriële prostatitis
- Chronische niet-bacteriële prostatitis of chronisch bekkenpijnsyndroom (CPPS)
- Prostatodynie (prostaatgerelateerde klachten zonder aantoonbare ontsteking)
- Asymptomatische inflammatoire prostatitis (ontsteking zonder klachten, meestal toevallig vastgesteld)
We bespreken hier verder de chronische niet-bacteriële prostatitis, tegenwoordig ook vaak aangeduid als het chronisch bekkenpijnsyndroom (CPPS).
Bij deze aandoening ervaart de patiënt langdurige klachten ter hoogte van de prostaat- en bekkenregio, zonder dat er een blijvende bacteriële infectie kan worden aangetoond. De klachten zijn vaak al minstens drie maanden aanwezig.
Welke klachten kunnen voorkomen?
Niet iedere patiënt ervaart dezelfde symptomen. Veel voorkomende klachten zijn:
- Pijn of ongemak in de onderbuik
- Pijn tussen anus en balzak (het perineum)
- Pijn ter hoogte van penis, testikels of liesstreek
- Pijn of branderig gevoel bij het plassen
- Frequent of dringend moeten plassen
- Pijn tijdens of na een zaadlozing
- Pijn in de onderrug of het bekken
- Een gevoel van spanning of druk in het bekken
De ernst van de klachten kan schommelen. Veel patiënten merken periodes van verbetering en opstoten van klachten. Stress, langdurig zitten, fietsen, alcohol, cafeïne, pikante voeding of onvoldoende slaap kunnen bij sommige patiënten een verergering uitlokken.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Er bestaat geen specifieke test die de diagnose met zekerheid bevestigt. Daarom zal uw arts eerst andere mogelijke oorzaken van de klachten uitsluiten, zoals:
- Een urineweginfectie
- Een seksueel overdraagbare aandoening
- Nier- of urineleiderstenen
- Een vernauwing van de plasbuis
- Goedaardige prostaatvergroting
- Andere aandoeningen van blaas of prostaat
Dit gebeurt aan de hand van een gesprek, lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek zoals urineonderzoek, bloedonderzoek, prostaatonderzoek, echografie of andere beeldvorming.
Wat veroorzaakt deze aandoening?
De precieze oorzaak is vaak niet volledig duidelijk. Waarschijnlijk spelen meerdere factoren tegelijk een rol, waaronder:
- Een doorgemaakte infectie met blijvende irritatie van de prostaat
- Een ontregelde ontstekingsreactie van het lichaam
- Spanning of verkramping van de bekkenbodemspieren
- Overgevoeligheid van pijnzenuwen in het bekken
- Stress, angst of chronische vermoeidheid
Het gaat dus meestal niet om een actieve infectie, maar om een complexe aandoening waarbij verschillende mechanismen elkaar kunnen versterken.
Zijn er behandelingen mogelijk?
Er bestaat helaas geen behandeling die bij iedereen werkt. Vaak is het zoeken naar een combinatie van maatregelen die voor de individuele patiënt het meeste effect heeft.
Mogelijke behandelingen zijn:
- Leefstijlaanpassingen en het vermijden van persoonlijke uitlokkende factoren
- Bekkenbodemkinesitherapie, met nadruk op ontspanning van de bekkenbodemspieren
- Ontstekingsremmende medicatie
- Medicatie die de blaashals en prostaat ontspant (alfablokkers)
- Bepaalde supplementen of fytotherapie
- Neuromodulerende pijnmedicatie bij chronische pijn
- Acupunctuur bij geselecteerde patiënten
- Stressreductie en ontspanningstechnieken
Soms wordt een antibioticakuur geprobeerd, vooral wanneer het onderscheid met een bacteriële prostatitis aanvankelijk niet volledig duidelijk is. Indien er geen infectie wordt aangetoond, hebben langdurige of herhaalde antibioticakuren meestal weinig meerwaarde.
Sommige patiënten ervaren ook verbetering door regelmatige zaadlozingen, voldoende lichaamsbeweging en het vermijden van langdurig zitten.
Wat is de prognose?
Hoewel de klachten hinderlijk kunnen zijn, gaat het niet om een kwaadaardige aandoening en leidt deze aandoening niet tot prostaatkanker. Bij veel patiënten kunnen de klachten met een combinatie van behandelingen duidelijk verminderen. Het herstel verloopt echter vaak geleidelijk en vraagt soms geduld.

Naar aanleiding van een publieksvraag (vraagsteller dhr. Johan D) op onze infoavond over prostaatkanker in Merelbeke-Melle ‘Hebben vrijen en masturbatie invloed op het ontwikkelen van prostaatkanker?’ antwoordt Prof. dr. Dominique Vandijck, gezondheidseconoom UGent, co-CEO Stop Darmkanker vzw op de algemenere vraag: ‘Verminderen frequente orgasmes het risico op prostaatkanker?’
Er zijn aanwijzingen dat een hogere frequentie van zaadlozingen samenhangt met een lager risico op prostaatkanker, maar we kunnen niet zeggen dat orgasmes prostaatkanker voorkomen.
Enkele grote wetenschappelijke studies hebben vastgesteld dat mannen die vaker ejaculeerden gemiddeld een lager risico op prostaatkanker hadden dan mannen die dat minder vaak deden. Een mogelijke verklaring is dat regelmatige zaadlozingen invloed kunnen hebben op processen in de prostaat, bijvoorbeeld door het regelmatig legen van prostaatvocht. Er wordt ook gekeken naar mogelijke effecten op ontsteking en andere hormonale -en biologische processen.
Maar… wetenschap vraagt altijd nuance. Een verband betekent niet automatisch dat het één de oorzaak is van het ander. Mannen die vaker seksueel actief zijn, kunnen ook op andere vlakken verschillen zoals levensstijl, gezondheid, welzijn, waardoor het moeilijk is om één factor apart te bekijken.
Een orgasme is dus geen preventief ‘medicijn’ tegen prostaatkanker en er bestaat geen magisch aantal na te streven zaadlozingen per week dat bescherming zou bieden. Wel weten we vandaag dat seksualiteit een normaal onderdeel is van een gezonde levensstijl en dat er geen wetenschappelijke basis is voor het vroegere idee dat orgasmes net schadelijk zouden zijn.
Misschien is de belangrijkste boodschap, onze kijk op gezondheid evolueert. Waar vroeger seksualiteit soms vooral vanuit angst of taboe werd benaderd, kijken we vandaag meer vanuit wetenschap, welzijn en levenskwaliteit.
Dus zoveel mogelijk orgasmes om prostaatkanker te vermijden? Daarvoor is het bewijs onvoldoende. Maar geniet van een gezonde seksualiteit die wel gewoon hoort bij een gezonde mens en relatie.

Dr. Jeroen Van Besien, uroloog in AZ Sint-Lucas Gent antwoordt op onze vraag: ‘Wanneer wordt iemand met diagnose prostaatkanker doorverwezen van zijn uroloog naar een oncoloog?‘
Wanneer een patiënt verwezen zal worden naar de oncoloog hangt af van ziekenhuis tot ziekenhuis.
De meeste urologen hebben uitgebreide ervaring met eerste- of tweedelijns hormonale therapie (arpi of androgeen receptor pathway inhibitoren) maar minder met chemotherapie.
Die regel is niet absoluut uiteraard. Er zijn wel degelijk urologen die ook veel expertise hebben bij het geven van chemotherapie of gerichte therapieën zoals PARP inhibitoren (Poly ADP ribose Polymerase inhibitoren die gebruikt worden bij patiënten met specifieke genetische mutaties zoals BRCA 1/2).
Het belangrijkste is dat er een vlotte samenwerking is en een vlot verwijspatroon tussen de twee diensten in belang van de patiënt.
Elke patiënt met prostaatkanker wordt daarenboven besproken op een MOC = multidisciplinaire vergadering die meestal voorgezeten wordt door een oncoloog. Op die manier is er een constante kruisbestuiving met kennis.

Prof. dr. Dominique Vandijck, gezondheidseconoom UGent, ceo-CEO Stop Darmkanker vzw beantwoordt onze vraag: ‘Zijn er mogelijks andere oorzaken van mijn slaapproblemen dan louter psychologische?’
De aanmaak van serotonine, je feel good hormoon:
–> 90% van je serotonine wordt geproduceerd in je darmen, niet in je hersenen en is de voorloper voor de aanmaak van melatonine.
Het belang van darmbacteriën voor slaap:
–> Je darmbacteriën sturen letterlijk signalen naar je brein die je slaapkwaliteit bepalen.
De rol van essentiële aminozuren:
–> Tryptofaan uit voeding kan alleen goed werken als je darmflora gezond is.
De impact van (chronische) stress en antibiotica:
–> Stress en antibiotica verstoren je darmflora en creëren een vicieuze cirkel van slechte slaap en andere uitdagingen.
De beste dokter om goed te slapen staat nog altijd in de keuken:
–> Prebiotische vezels uit appels, prei en bananen voeden goede darmbacteriën die je slaap verbeteren.
Deze brein-darm-slaap verbinding verklaart waarom je slaapproblemen niet kunt oplossen door alleen naar je slaapkamer te kijken of te beginnen met cognitieve gedragstherapie…
Je moet ook naar je keuken voor (het bereiden van) evenwichtige en gevarieerde voeding…

Dr. Philippe Bulens, radiotherapeut, Jessa Ziekenhuis Hasselt, ZOL Genk, az Vesalius Tongeren, LOC beantwoordt onze vraag: ‘In gesprekken onder lotgenoten komt soms het gezegde naar voren als zou bij een tweede behandelingstraject met radiotherapie nooit in dezelfde lichaamszone bestraald worden? Is dat juist?’
Neen, dat klopt niet.
Het komt voor dat na een eerdere bestralingsbehandeling voor prostaatkanker, uitwendig of via brachytherapie met zaadjes, het PSA opnieuw oploopt en er herval enkel in de prostaat wordt vastgesteld. Ook patiënten die vroeger bestraald werden voor endeldarmkanker kunnen nadien prostaatkanker ontwikkelen. Moderne bestralingstechnieken laten toe om toch opnieuw in het eerder behandelde gebied te bestralen.
Bij herval van prostaatkanker wordt steeds afgewogen of behandeling nodig is. Daarbij wordt rekening gehouden met de levensverwachting, de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen, en het tijdsverloop: een snel herval (binnen 1,5 à 2 jaar) wijst op een agressievere kanker met hogere kans op uitzaaiingen.
De meest onderbouwde techniek voor herbestraling is hoge-dosis inwendige bestraling (HDR brachytherapie). Hierbij wordt via holle naaldjes een hoogactieve bestralingsbron in de prostaat gebracht, ter hoogte van het herval. Omdat de bestraling van binnenuit komt, wordt maximaal gezond weefsel gespaard. De naalden worden echogeleid geplaatst tijdens een ingreep. Nadien wordt het bestralingsplan berekend en worden er twee sessies gegeven, op de dag van de ingreep en de dag erna, elk ongeveer 10 minuten. Na de tweede sessie worden de naaldjes verwijderd en kan de patiënt naar huis. Er blijft, anders dan bij zaadjesbrachytherapie, geen materiaal achter in de prostaat.
Een alternatief is stereotactische radiotherapie (SBRT), een uitwendige bestraling met hoge precisie op een nauwkeurig afgebakend gebied. Het voordeel van deze behandeling is dat er geen ingreep nodig is, en dat dit op een gewoon bestralingstoestel kan worden uitgevoerd door artsen met ervaring in stereotactische bestralingen.
Uit een grote vergelijkende studie uit 2021 bleek dat HDR brachytherapie, SBRT en chirurgische verwijdering van de prostaat vergelijkbare resultaten gaven voor de behandeling van hervallen prostaatkanker: ongeveer 60-70% van de patiënten bleef 5 jaar na behandeling vrij van herval. Ernstige plasklachten kwamen minder voor na HDR brachytherapie en SBRT dan na chirurgie. HDR brachytherapie gaf ook minder ernstige stoelgangsklachten.

Dr. Kristel Ferong, uroloog, AZ Alma – Eeklo – beantwoordt onze vraag: ‘Wat is de invloed van het mannelijk hormoon testosteron bij prostaatkanker?’
Testosteron is het mannelijk geslachtshormoon.
Het wordt vanaf de puberteit bij jongens en mannen geproduceerd, voornamelijk door de teelballen, komt in het bloed terecht en is werkzaam in het hele lichaam.
Zo zijn er de typisch mannelijke lichamelijke veranderingen (de zogenaamde “secundaire geslachtskenmerken”): baardgroei, stimuleren van de aanmaak van spiermassa, stemverlaging etc.
Daarnaast ondersteunt het de aanmaak van rode bloedcellen en verstevigt het het bot.
Het heeft ook psychische effecten: testosteron stimuleert het libido, geeft energie, heeft een invloed op de stemming.
Het speelt ook een rol bij de erectiekwaliteit.
Tenslotte is testosteron, en zijn actieve metaboliet (=stofwisselingsproduct) dihydrotestosteron, een soort “brandstof” voor de prostaat: het stimuleert de aanmaak van zaadvocht en zorgt voor groei van de prostaat. Hierdoor kan de prostaat soms te groot worden, wat kan leiden tot plasklachten (zogenaamde “benigne prostaathyperplasie”).
Omdat het bij prostaatkanker ook de groei van het gezwel stimuleert, spelen medicijnen die de aanmaak van testosteron afremmen een belangrijke rol in de behandeling van prostaatkanker.
“De frequentste nevenwerkingen van deze behandeling zijn dan ook te verklaren door de effecten van testosteron in het lichaam: vermoeidheid, warmte-opwellingen, energie- en libidoverlies, stemmingswisselingen, erectiestoornissen en botontkalking.

Prof. dr. Dominique Vandijck, gezondheidseconoom UGent, ceo-CEO Stop Darmkanker vzw antwoordt op onze vraag: ‘Wat ‘kost’ prostaatkanker aan onze maatschappij?‘
De maatschappelijke kost van prostaatkanker gaat veel verder dan wat we enkel in het ziekenhuis zien. Het gaat om een optelsom van zorgkosten, productiviteitsverlies, verlies aan gezonde levensjaren, vroegtijdige sterfte en de impact op levenskwaliteit van patiënten en hun omgeving.
Vooreerst zijn er de directe medische kosten zoals raadplegingen, diagnostiek (bv. PSA-testen en beeldvorming), chirurgie, radiotherapie, medicatie en opvolging. Zeker in gevorderde stadia kunnen er extra behandelingen nodig zijn die bovendien vaak zeer duur zijn. Omdat prostaatkanker de meest voorkomende kanker bij mannen in Europa is, weegt dit op de gezondheidszorgbudgetten.
Daarnaast zijn er indirecte kosten. Hoewel de meerderheid van patiënten ouder zijn, leidt de ziekte toch tot werkverlet, vervroegde pensionering en verlies aan productiviteit. Ook mantelzorg, vaak door partners of familie, vertegenwoordigt een belangrijke, maar minder zichtbare kost (die tot ongeveer 40% van de totale kost kan uitmaken).
Wanneer we dit vertalen naar de samenleving als geheel, zien we dat kanker in Europa jaarlijks meer dan 100 miljard euro kost. Prostaatkanker neemt daarin een aanzienlijk aandeel, net door zijn frequent voorkomen en vaak langdurig verloop. Ook in België zien we jaarlijks duizenden nieuwe diagnoses (ruim 12.000 per jaar), wat de druk op de zorg en budgetten verder verhoogt.
Belangrijk is dat de kosten in de toekomst nog zullen stijgen. Enerzijds door de vergrijzing (meer mannen bereiken een leeftijd waarop prostaatkanker vaker voorkomt), anderzijds door duurdere, innovatieve behandelingen en betere opsporing. Tegelijk betekent vroegtijdige detectie vaak minder zware en dus minder kostelijke behandelingen, wat doelgerichte preventie en screening maatschappelijk interessant maakt.
Samengevat: de maatschappelijke kost van prostaatkanker is aanzienlijk en bestaat niet alleen uit zorguitgaven, maar ook uit verlies aan productiviteit en levenskwaliteit. Net daarom is investeren in slimme preventie, vroege opsporing en doelmatige zorg niet alleen medisch, maar ook economisch essentieel.

Dr. Sam WARD, uroloog-androloog, diensthoofd urologie, Kliniek Sint-Jan Brussel, antwoordt op onze vraag: ‘Is de behandeling Bocox bij erectieproblemen na een prostaatverwijdering een mogelijke oplossing?‘
Kort antwoord: mogelijk wel, voor een specifieke groep mannen.
Na een prostaatoperatie werken erectiepillen zoals Viagra of Cialis helaas niet voor iedereen. En dat is precies de groep waarbij Bocox interessant kan zijn.
Bocox is een combinatie van twee injecties: Botox en PRP (bloedplaatjesrijk plasma). Botox ontspant de kleine spiertjes in de bloedvatwand, waardoor bloed makkelijker naar de zwellichamen kan stromen. PRP ondersteunt daarnaast het weefselherstel.
Uit de MENOX-studie blijkt dat deze aanpak veelbelovend is. Deelnemers merkten dat hun erecties harder werden, met een effect dat ongeveer zes maanden aanhield. Belangrijk detail: in de maand vóór de injectie starten deelnemers al met het dagelijks innemen van PDE5-remmers, om de bloedvaten voor te bereiden en het resultaat te optimaliseren.
Toch is Bocox geen oplossing die voor iedereen werkt. Of het zinvol is na een prostaatverwijdering, hangt sterk af van de mate van zenuwschade en je algemene gezondheid. De behandeling is nog experimenteel.
Mijn advies: bespreek dit met je eigen uroloog. Alleen een specialist kan beoordelen of Bocox in jouw situatie een veilige en geschikte keuze is.

PRONANOtox consortium antwoordt op onze vraag: ‘De behandeling van prostaatkanker via radiotherapie heeft soms vervelende bijwerkingen zoals bvb op de stoelgang? Wat kan er eventueel gedaan worden om die bijwerkingen te verminderen?’
Radiotherapie bij prostaatkanker heeft over het algemeen minder bijwerkingen dan agressievere behandelingen zoals chemotherapie: de klachten blijven beperkt tot het bestraalde gebied (vooral endeldarm en blaas), zonder haaruitval of verzwakking van het immuunsysteem. Toch kunnen deze bijwerkingen uw levenskwaliteit verstoren: we onderscheiden hier twee soorten.
Acute bijwerkingen (tijdens de bestraling, vanaf week 2-3) ontstaan door tijdelijke ontsteking van het slijmvlies: diarree, buikkrampen, frequente stoelgang, urgentie (plotse aandrang) en slijmverlies. Deze verdwijnen meestal vanzelf binnen 4-8 weken na de laatste sessie.
Late bijwerkingen (vanaf 6 maanden, soms pas jaren later) zijn biologisch anders, ze ontstaan door littekenvorming en schade aan de kleine bloedvaten in bv. de endeldarm. Typisch zijn bloedverlies (de meest voorkomende late klacht), aanhoudende urgentie of frequentie, en anale pijn. Ze kunnen blijvend zijn, maar ondanks moderne technieken zoals IMRT en beeldgeleide bestraling ontwikkelt nog steeds ±10% van de patiënten matige langetermijnklachten.
Wat kan eraan gedaan worden? Veel late klachten kunnen verlicht worden: aangepaste voeding, medicatie, kinesitherapie van de bekkenbodem bij urgentie, of een endoscopische behandeling bij bloedverlies. Bespreek elke aanhoudende klacht met uw arts; een gerichte diagnose leidt meestal tot een gerichte oplossing.
Onderzoek aan UZ Gent: Sinds 1 januari 2026 loopt het FWO-gefinancierde project: PRONANOtox. Op vaste momenten (voor, tijdens en 1 maand na de behandeling) nemen we bloed- en urinestalen af voor analyse en vullen patiënten korte vragenlijsten in. Door deze gegevens te combineren met uw beeldvorming en bestralingsplan, ontwikkelen we algoritmes die al vóór het optreden van klachten een persoonlijk risicoprofiel opstellen. Zo kunnen we de therapie in de toekomst tijdig en gericht bijsturen om bijwerkingen te verminderen mét behoud van de doeltreffendheid.
Uw stem telt mee: Bijwerkingen door radiotherapie worden in studies vaak in cijfers gevat, maar het is uw beleving die ons leert wat echt telt in het dagelijks leven. Daarom doen wij een warme oproep aan (voormalige) prostaatkankerpatiënten om hun verhaal met ons te delen, zodat we ons onderzoek kunnen afstemmen op wat voor u echt belangrijk is.
Stuur een mail met jouw ervaring rond radiotherapie naar: pronano@ugent.be

Jacques Tavernier, apotheker, klinisch bioloog, Primrose Laboratories antwoordt op onze vraag: ‘Mijn vergrote prostaat drukt op mijn plasbuis waardoor ik soms plasproblemen heb. Zouden voedingssuplementen kunnen helpen en waarom?’
Een vergrote prostaat (benigne prostaathyperplasie of BPH) kan de plasbuis samendrukken. Die druk ontstaat doordat het prostaatweefsel, die de plasbuis omringt, in volume toeneemt en vaak ook gepaard gaat met lichte ontsteking en verhoogde spierspanning rond de plasbuis. Daardoor vernauwt de doorgang en wordt plassen moeilijker, wat zich kan uiten in een zwakkere of onderbroken straal, moeilijk op gang komen van het plassen, vaker moeten plassen (ook ’s nachts) of het gevoel dat de blaas niet volledig leeg is.
Voedingssupplementen kunnen helpen om deze druk indirect te verminderen, doordat ze inspelen op verschillende onderliggende processen tegelijk.
Zo is er wetenschappelijke evidentie voor combinaties van plantenextracten zoals zaagpalm (Serenoa repens) en brandnetelwortel (Urtica dioica). Deze beïnvloeden de hormoonhuishouding in de prostaat door onder meer het enzym 5α-reductase te remmen — een enzym dat testosteron omzet in dihydrotestosteron (DHT). DHT is een krachtiger hormoon dat de groei van prostaatcellen stimuleert. Door de aanmaak van DHT te verminderen, kan de prikkel tot verdere vergroting van de prostaat afnemen.
Brandnetel bevat daarnaast plantensterolen (zoals β-sitosterol) en lignanen, die de hormonale balans verder ondersteunen. Ze hebben onder andere een effect op SHBG, een eiwit dat hormonen zoals testosteron in het bloed bindt en transporteert. Door hierop in te werken, kan de balans tussen vrije (actieve) en gebonden hormonen verschuiven, wat mee invloed heeft op hoe sterk deze hormonen inwerken op de prostaat.
Ook lijnzaad (Linum usitatissimum) levert lignanen die in het lichaam worden omgezet naar stoffen met een milde hormonale werking. Deze kunnen enzymen zoals aromatase (dat testosteron omzet in oestrogenen) en 5α-reductase mee afremmen. Zowel een verhoogde DHT-activiteit als veranderingen in de balans tussen testosteron en oestrogenen spelen een rol in het ontstaan van prostaatvergroting.
Daarnaast dragen Javaanse kurkuma (Curcuma xanthorrhiza) en kamille (Matricaria chamomilla) bij door hun ontstekingsremmende en antioxidatieve eigenschappen. Ze helpen de productie van ontstekingsstoffen verminderen en beschermen het weefsel tegen zogenaamde oxidatieve stress (een vorm van microschade door reactieve stoffen), waardoor zwelling en irritatie rond de plasbuis kunnen afnemen.
Door deze effecten te combineren — op hormonen, ontsteking en weefselspanning — kan de druk op de plasbuis geleidelijk verminderen. Dit vertaalt zich vaak in een vlottere urinestroom en minder plasproblemen.
Voedingssupplementen worden over het algemeen goed verdragen en hebben doorgaans geen negatieve neveneffecten in vergelijking met medicamenteuze behandelingen, wat ze voor sommige mannen een interessante eerste of aanvullende optie maakt.

Ook al kan het voor jou op dat moment ‘lastig’ zijn maar voor je kleinkinderen is het erg belangrijk dat zij het slechte nieuws rechtstreeks van jou horen.
Door het zelf te vertellen bepaal jij hoe het gesprek verloopt en kan je individueel inspelen op de verschillende gevoelens en vragen die het kleinkind op dat moment tot uiting brengt.
Door elk kleinkind apart te spreken krijgen ze psychische ruimte om op hun manier te reageren, en kan jij daarop verder het gesprek sturen.
Hou het verhaal eenvoudig, kleinkinderen willen geen ingewikkelde medische uitleg, maar hebben vooral behoefte om jouw gevoelens en verwachtingen te kennen.
Ik besef dat dit voor jou moeilijke momenten zijn doch het zal in de loop van de maanden na de diagnose een psychische steun betekenen dat elk kleinkind op zijn specifieke manier gevoelens en vragen kan uiten. Overwin die ‘lastigheden’ van het eerste gesprek en ervaar daarna psychische steun via échte gevoelens.

Dr. Boret, uroloog, AZ Oostende antwoordt op onze vraag: Wat is uw advies op gebied van bewegen (wandelen, fietsen, zwemmen…) de eerste maanden na een prostaatverwijdering?
Het verwijderen van de prostaat voor een prostaatkanker gebeurt in België praktisch uitsluitend met een robotsysteem. Dit heeft onder andere als voordeel dat de verschillende incisies of huidinsnedes klein kunnen blijven.
Onmiddellijk na de ingreep heeft u voor een aantal dagen een verblijfsonde en dit zal bewegen wat ongemakkelijk maken. Desalniettemin is het belangrijk om zo snel mogelijk na de ingreep te mobiliseren en wat rond te wandelen binnen uw vermogen en pijn.
Dit vroeg mobiliseren zorgt ervoor dat de kans op complicaties verkleint. Eenmaal de verblijfsonde verwijderd is, kan u gemakkelijker bewegen en raden we ook aan om gradueel meer te wandelen.
De huidincisies en de buikwand moeten nog verder herstellen. De incisies blijven best 14 dagen droog. Douchen kan als de incisies beschermd worden met waterdichte pleisters of lijm. Een bad wordt best 14 dagen vermeden. Het herstel van de buikwand in bijzonder het buikvlies neemt ongeveer een 4-tal weken in beslag.
Het is dan ook belangrijk om fysieke activiteiten zoals fietsen, lopen en zwemmen te vermijden gedurende deze 4 weken. In bijzonder het tillen van gewichten wordt best 4 weken vermeden om littekenbreuken te vermijden. Een littekenbreuk is een zwakke plaats in het buikvlies waar een operatielitteken zit.
Bepaalde patiënt eigenschappen zoals roken, overgewicht en suikerziekte vergroten de kans op een littekenbreuk en in sommige gevallen zal de arts dan ook spreken over 4 tot 6 weken onthouding van fysieke activiteiten. Na deze 4-6 weken kan u volgens uw eigen aanvoelen uw fysieke activiteiten gradueel heropstarten. “

Jonas De Wolf, verpleegkundig specialist, mannelijke gezondheidszorg, Jonas Medical Services, Lebbeke antwoordt op onze vraag:
Chronische prostatitis of terugkerende prostaatontstekingen kunnen erg belastend zijn. Veel mannen ervaren klachten zoals pijn in het bekken, plasproblemen, een branderig gevoel of druk ter hoogte van de prostaat. Medicatie kan helpen, maar bij een deel van de patiënten keren de klachten na verloop van tijd terug.
Een prostaatmassage is een medische handeling waarbij de prostaat via het rectum voorzichtig wordt gemasseerd. Het doel is om prostaatvocht te laten afvloeien en zo druk en irritatie in de prostaatklieren te verminderen. In bepaalde situaties kan deze techniek zowel diagnostisch als therapeutisch worden ingezet en bijdragen tot verlichting van klachten.
Tegenwoordig wordt prostaatmassage minder frequent toegepast dan vroeger, maar in specifieke situaties kan ze nog steeds een waardevolle aanvulling zijn binnen een bredere aanpak. Chronische prostaatklachten hebben vaak meerdere oorzaken, waarbij naast ontsteking ook factoren zoals bekkenbodemspanning of verhoogde gevoeligheid een rol kunnen spelen. Daarom wordt deze techniek best toegepast na een gerichte medische evaluatie en door een zorgverlener die hiermee vertrouwd is. Er wordt steeds individueel bekeken of en wanneer dit zinvol kan zijn. Bij bepaalde aandoeningen, zoals een acute infectie van de prostaat, is deze techniek bijvoorbeeld niet aangewezen.
In de praktijk zijn er ook mannen die prostaatmassage bewust preventief laten uitvoeren, bijvoorbeeld om klachten te proberen voorkomen of onder controle te houden. De wetenschappelijke onderbouwing hiervoor is momenteel beperkt, maar het toont wel aan dat dit voor een aantal patiënten een bewuste keuze is die zij geregeld blijven maken.
Voor mannen met aanhoudende klachten is het aangewezen om dit verder te laten onderzoeken, zodat een behandeling op maat kan worden uitgewerkt. Dat kan bestaan uit medicatie, bekkenbodemtherapie, leefstijlaanpassingen en, in bepaalde gevallen, aanvullende technieken zoals prostaatmassage.

Prof. dr. Dominique Vandijck, gezondheidseconoom UGent, co-CEO Stop Darmkanker vzw, beantwoordt onze vraag: ‘Waarom is er geen bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker’?
Op eerste gezicht lijkt dit vreemd, want prostaatkanker is de meest voorkomende kanker in België. Waarom screenen we dan niet gewoon iedereen, zoals bij borstkanker of darmkanker?
Het korte antwoord is omdat screening alleen zinvol is als de voordelen duidelijk groter zijn dan de nadelen, en net daar wringt het schoentje op vandaag nog bij prostaatkanker.
Vanuit gezondheidseconomisch standpunt kijken we niet alleen naar ‘of’ iets kan, maar vooral naar ‘wat het oplevert aan gezondheidswinst in verhouding tot de mogelijke schade en de investering van middelen die daarvoor vereist is’. En bij prostaatkanker is dat evenwicht complex.
– Niet elke prostaatkanker is een probleem.
Veel prostaatkankers groeien zeer traag en veroorzaken nooit klachten. Een man kan ermee leven zonder er ooit last van te hebben. Als je iedereen systematisch gaat screenen, ga je dus ook veel kankers opsporen die nooit behandeld hadden moeten worden. Dat noemen we ‘overdiagnose’.
– Screening leidt (te) vaak tot overbehandeling.
Eens zo’n kanker ontdekt is, volgt vaak toch behandeling met mogelijke neveneffecten zoals incontinentie of erectiestoornissen. Vanuit economisch én menselijk perspectief betekent dat: schade veroorzaken bij mensen die misschien anders nooit klachten zouden ontwikkeld hebben.
– De screening is niet specifiek genoeg.
De meest gebruikte test, de PSA-bloedtest, is geen perfecte screeningstest. Een verhoogde PSA kan ook andere oorzaken hebben, zoals een goedaardige vergroting of ontsteking van de prostaat. Dat leidt tot extra onderzoeken, die belastend zijn en vaak ongerustheid veroorzaken.
– Beperkte winst op populatieniveau.
Screening kan wel levens redden, maar de winst is relatief beperkt in verhouding tot het aantal mannen dat gescreend en behandeld moet worden. Met andere woorden: je moet heel veel mensen testen en soms behandelen om een beperkt aantal sterfgevallen te voorkomen. Dat maakt het maatschappelijk moeilijk om zo’n programma breed te verantwoorden.
– Kosten en prioriteiten in de zorg.
Elke euro in de gezondheidszorg kan maar één keer uitgegeven worden. Vanuit gezondheidseconomie kijken we dus ook naar: waar halen we de meeste gezondheidswinst per geïnvesteerde euro? Vandaag leveren bevolkingsonderzoeken voor bijvoorbeeld darm- en borstkanker duidelijk meer op, met minder nadelen. Daarom krijgen die op heden prioriteit.
Betekent dit dat vroegdetectie niet belangrijk of geheel zinloos is? Zeker niet!
Wat we vandaag steeds meer zien, is een verschuiving naar ‘gerichte screening’. Mannen die een hoger risico hebben (bv. door leeftijd of familiale voorgeschiedenis) die samen met hun arts een goed geïnformeerde keuze maken over de voor- en mogelijke nadelen van preventief testen.
Het probleem is niet dat we prostaatkanker niet kúnnen opsporen, maar dat we het vandaag nog niet goed genoeg, gericht genoeg en zonder onnodige schade kunnen doen om een algemeen breed uitgerold bevolkingsonderzoek te verantwoorden.
Daar ligt ook de uitdaging voor de toekomst: betere testen, slimmere selectie van wie we screenen, en behandelingen die beter afgestemd zijn op het risico. Pas dan wordt brede vroegdetectie echt een win-win – voor de patiënt én voor de samenleving.

Dr. Cedric Goes, uroloog met specialisatie in de oncologische urologie en robotchirurgie, AZ Alma, Eeklo beantwoordt onze vraag: ‘Mannen met prostaatkanker die kiezen voor een prostaatverwijdering, worden naargelang de uroloog of het ziekenhuis na de operatie naar huis gestuurd met of zonder blaassonde, wat zijn de voor- en nadelen?
De keuze om iemand al dan niet met sonde naar huis te laten gaan, heeft te maken met de genezing van de verbinding tussen de blaas en de plasbuis (de vesico-urethrale anastomose). De sonde is een “beschermingsmechanisme” waarbij veiligheid steeds voor comfort gaat. Elke patiënt en ingreep verdient een individuele benadering.
Met blaassonde naar huis
Voordelen:
- Bescherming van de anastomose.
De sonde houdt de blaas leeg wat de druk op de hechting vermindert en dus ook het risico op lekkage.
- Minder risico op acute urineretentie.
Zwelling thv de anastomose kan het urineren tijdelijk verhinderen. Met een sonde wordt dit vermeden.
- Veilig bij verhoogd risico.
Bij moeilijke chirurgie (grote prostaat, eerdere ingrepen, radiotherapie…) biedt de sonde extra zekerheid.
- Vroeg ontslag mogelijk.
De thuissetting is vaak comfortabeler.
Nadelen:
- Ongemak.
Een sonde kan hinderlijk zijn door beperking in mobiliteit alsook tgv blaaskrampen en lekkage naast de sonde.
- Infectierisico.
Hoe langer aanwezig, hoe groter de kans op een urineweginfectie.
- Extra consult of opname ter verwijdering.
Zonder blaassonde naar huis
Voordelen:
- Meer comfort.
- Lager infectierisico.
- Sneller aanvatten van de functionele revalidatie.
Nadelen:
- Risico op urineretentie tgv zwelling thv de anastomose waardoor hersondage noodzakelijk kan zijn.
- Risico op urinelekkage indien de anastomose nog niet volledig “waterdicht” is. Met pijn en/of infectie tot gevolg én waardoor hersondage – door een reeds zwakke anastomose – noodzakelijk kan zijn.
- Meer nood aan laagdrempelige opvolging. Snel de gepaste zorg kunnen krijgen, is essentieel.
Bij een ongecompliceerde robotgeassisteerde radicale prostatectomie met perfecte anastomose kan een vroege – tot zelfs zeer vroege – verwijdering van de sonde veilig zijn, in een goed georganiseerd zorgpad. Bij twijfel wordt voor veiligheid gekozen en wordt de sonde langer ter plaatse gelaten.

Dr. Stefan Huybrechts, uroloog, robotchirurgie, Maria Middelares Ziekenhuis Gent, AZ Sint-Vincentius Deinze, beantwoordt onze vraag: ‘Een man met prostaatkanker heeft gekozen voor een prostaatverwijdering. Op de eerste afspraak na de operatie hoort hij van de arts dat de snijvlakken niet zuiver waren. Wat wil dat zeggen en wat zijn de mogelijke gevolgen?’
Een ingenomen chirurgische snijrand is een risicofactor voor herval na radicale prostatectomie. De omvang van de inname en of het zich op 1 of op verscheidene plaatsen voordoet is hierbij ook van belang.
Het risico op herval na een ingreep wordt echter ook bepaald door andere risicofactoren zoals een agressievere tumor, doorgroei voorbij het prostaatkapsel of inname van de zaadblaasjes.
Samengevat: een ingenomen chirurgische snijrand is een risicofactor voor herval met eventueel noodzaak tot bijkomende behandeling, maar het risico hierop wordt ook bepaald door andere ziektefactoren. Inname van het chirurgisch snijvlak kan dus ook nog steeds verenigbaar zijn met volledige genezing na een operatie. Een strikte opvolging is noodzakelijk.

Dr. Gino Pelgrims, medisch oncoloog, AZ Turnhout, antwoordt op onze vraag: ‘Wat wordt bedoeld met een bilaterale subcapsulaire orchidectomie en wanneer is het aangeraden als behandeling voor prostaatkanker’?
Een bilaterale subcapsulaire orchidectomie is een chirurgische ingreep waarbij het binnenste klierweefsel van beide teelballen wordt verwijderd, terwijl het kapsel en de uiterlijke vorm van de teelballen behouden blijven.
Het doel is de aanmaak van testosteron vrijwel volledig te stoppen, omdat testosteron prostaatkankercellen stimuleert om te groeien.
In tegenstelling tot een totale orchidectomie blijven de teelballen bij deze techniek optisch grotendeels intact, wat voor sommige patiënten psychologisch beter verdraagbaar is.
Wanneer wordt deze behandeling aangeraden?
Een bilaterale subcapsulaire orchidectomie wordt overwogen als vorm van androgendeprivatietherapie (ADT) bij prostaatkanker, vooral in deze situaties:
- Gevorderde of gemetastaseerde prostaatkanker, waar snelle en blijvende testosterononderdrukking nodig is.
- Wanneer hormonale injecties (LHRH-agonisten of -antagonisten) niet goed verdragen worden, medisch gecontra-indiceerd zijn, of wanneer therapietrouw moeilijk is.
- Wanneer een patiënt een eenmalige, definitieve oplossing verkiest boven regelmatige injecties.
- Bij nood aan onmiddellijke daling van het testosteron, aangezien de chirurgische weg sneller werkt dan de meeste medicamenteuze opties.
De werkzaamheid is gelijkwaardig aan hormonale medicatie, maar het effect is onomkeerbaar. Daarom gebeurt de keuze altijd in overleg, rekening houdend met de medische situatie én de voorkeur van de patiënt.

Dr. Yannic Raskin, uroloog in ZOL Genk met specialisatie in de oncologische urologie en robotchirurgie, beantwoordt onze vraag: ‘Welke voordelen heeft een prostaatverwijdering via de Retzius-sparing techniek voor de patiënt’?
De Retzius-sparende techniek heeft haar meerwaarde voornamelijk aangetoond op het vlak van de vroege continentie. Mannen die via deze methode worden geopereerd, hebben een hogere kans om sneller na de ingreep volledig droog te zijn; het herstel verloopt in de eerste maanden postoperatief doorgaans vlotter op dit vlak.
Hoewel de resultaten op lange termijn (12 maanden) nagenoeg gelijklopend zijn met de klassieke techniek, suggereren sommige studies ook op die langere termijn een blijvend voordeel. Vooral bij patiënten met een hoger risico op incontinentie lijkt deze winst op lange termijn toch relevant.
Wat betreft het behoud van de erectiele functie wordt deze techniek als minstens gelijkwaardig beschouwd. Het herstel van de potentie wordt in de eerste plaats bepaald door de mate waarin zenuwsparing oncologisch verantwoord is en door de chirurgische precisie van de zenuwsparende dissectie zelf, ongeacht de gekozen route.
Op oncologisch vlak is de Retzius-sparende benadering even veilig als de klassieke methode. Uit onderzoek blijkt dat er in centra met voldoende ervaring met deze techniek geen verschil is wat betreft snederanden. De kans op snederanden hangt samen met de graad van sparing van de omliggende structuren. De balans tussen sparen en radicaliteit is afhankelijk van de uitgebreidheid van de tumor en de voorkeur van de patiënt.

Dr. Laurens Weynants, uroloog in AZ Sint-Lucas Ziekenhuis in Gent beantwoordt onze vraag: ‘Ik heb jaren geleden een TUR-operatie ondergaan, transurethrale resectie / boring. Kan ik toch nog prostaatkanker krijgen?
Jazeker, u kunt nog steeds prostaatkanker krijgen. Hoewel de naam van de ingreep soms de indruk wekt dat de hele prostaat wordt verwijderd, is dat niet het geval. Om te begrijpen waarom u nog steeds risico loopt, is het belangrijk om de anatomie van de prostaat en de techniek van een TURP te kennen.
De prostaat lijkt op een mandarijn. De plasbuis loopt hier midden doorheen.
- Wanneer de prostaat vergroot, drukt het vruchtvlees (het binnenste weefsel) de plasbuis langzaamaan dicht, waardoor plasklachten zoals een zwakke straal kunnen ontstaan.
- De schil (het prostaatkapsel) houdt het vruchtvlees bijeen en is de plaats waar het merendeel van de prostaattumoren ontstaan. Zij staat niet in contact met de plasbuis en geeft dus geen plasklachten.
Bij de operatie “boort” de uroloog alleen het vruchtvlees weg om de plasbuis opnieuw meer ruimte te geven. De schil van de prostaat blijft achter in het lichaam. Laat dit nu net de plek zijn waar de meeste prostaattumoren ontstaan.
Een TURP is dus een operatie voor plasklachten en geenszins een preventieve maatregel tegen prostaatkanker. Het is daarom belangrijk om ook na de operatie alert te blijven! Zoals besproken situeren de meeste prostaatkankers zich aan de buitenzijde van de prostaat en geven in het beginstadium geen (plas)-klachten. We kunnen hier dus niet op afgaan om prostaatkanker op te sporen. Hiervoor nemen we onder andere onze toevlucht tot de PSA-test. Ook na dergelijke operatie is een periodieke controle van de PSA-waarde zinvol. Dit wordt best besproken met de huisarts of behandelend uroloog.

Prof. Dr. Charles Van Praet, onco-urologie & robotchirurgie UZ Gent beantwoordt onze vraag: ‘Zou het nuttig kunnen zijn om een PSMA-scan te doen, voorafgaand aan een prostaatverwijdering i.v.m. al of niet lymfeklieren mee te verwijderen?
Jazeker.
De pelviene lymfeklieren zijn vaak de eerste stations van uitzaaiingen van prostaatkanker. Het chirurgisch verwijderen van deze klieren en deze onder de microscoop onderzoeken, is nog steeds de betrouwbaarste manier om aan te tonen of deze klieren uitzaaiingen vertonen of niet. Dit wegnemen van de klieren gaat helaas wel gepaard met een langere operatie, en tot 3x meer kans op complicaties: onder andere een tijdelijke of blijvende zwelling van een been (lymfoedeem), een vochtcollecie in de buik die kan infecteren, of klontervorming in de ader van het been.
Een PSMA PET-CT die geen uitzaaiingen toont, verlaagt de kans om uitzaaiingen in de klieren te vinden, maar het sluit de aanwezigheid hiervan ook niet volledig uit. Alleen letsels van >3mm die PSMA tot uiting brengen worden immers gezien.
Wanneer een PSMA PET-CT geen verdachte lymfeklieren aantoont, overwegen we het wegnemen van de lymfeklieren enkel nog bij patiënten met “hoog-risico” prostaatkanker. We voeren dan “shared decision making” met de patiënt over de mogelijke voordelen en nadelen van zo’n lymfeklier verwijdering om gezamenlijk tot een beslissing te komen.
Leeftijd, erfelijkheid en etniciteit zijn de belangrijkste factoren rond prostaatkanker.
Door het taboe rond prostaatkanker is het in vele families niet duidelijk of opa ook prostaatkanker had of niet?
Erfelijkheid is naast leeftijd en etniciteit een heel belangrijke factor voor het ontwikkelen van prostaatkanker.
Misschien kunnen we eens aandacht tonen voor die ‘oudere buurman’ die de laatste maanden minder zichtbaar was? Misschien heeft hij prostaatproblemen en durft hij de stap naar een behandeling niet zetten? Of misschien heeft hij na een behandeling last van bijwerkingen die voor hem psychisch zwaar wegen en waardoor hij helaas sociaal contact vermijdt?
Praten kan helpen!


Lotgenotencontact helpt!
Hoewel vzw Prostaatlijn de term ‘mensen met ervaringskennis‘ verkiest boven ‘lotgenoten’, wordt die laatste steeds gangbaarder in Vlaanderen. Het besef groeit dat vzw’s die lotgenoten samenbrengen, echt iets kunnen betekenen, vooral als ze zijn opgezet voor én door lotgenoten. Lotgenoten die bv kankermoeheid herkennen, hierover kunnen praten en mee oplossingen kunnen aanreiken.
Lotgenotencontact biedt meer dan alleen informatie en praktische tips over het omgaan met een ziekte en/of de gevolgen van een behandeling.
Lotgenotencontact geeft psychisch voldoening om situaties of gevoelens te herkennen uit eigen ervaring, hetgeen leidt tot erkenning: je ontdekt dat jouw eigen reacties normaal zijn en dat anderen vergelijkbare dingen hebben meegemaakt. Je bent niet alleen, jouw gevoel krijgt bestaansrecht.
Er ontstaan gedeelde gevoelens die steun bieden tijdens moeilijke tijden. Bijvoorbeeld, een lotgenoot met uitgezaaide prostaatkanker vertelt hoe hij zich na een zware hormoonbehandeling eindelijk weer ‘goed’ voelt en geniet van elke dag. Dergelijke ervaring kan je motiveren om alsnog die vervelende behandeling met bijwerkingen aan te gaan in de hoop zelf ook weer beter te worden.
Praten over je ervaring lucht op. Luisteren naar anderen met gelijksoortige verhalen helpt, je herkent je eigen problemen, verhaal of gedachten bij een ander. Je krijgt vrijblijvend inzicht in hoe zij hun uitdagingen aanpakten en een uiteindelijk een oplossing vonden. Je hoeft die andere lotgenoot niet volledig te kennen, de verbinding gebeurt op de raakvlakken, gedeelde ervaringen en emoties die jouw eenzaam gevoel mogelijks kunnen verdringen. Anderen bewandelden het pad waar jij nu op zit, en hun sprankje hoop kan jouw steunpunt worden.


Prostaatlijn vzw
Paradijskouter 51
9031 Gent-Drongen
Statuten gepubliceerd in Belgisch Staatsblad op 13 oktober 2022
Ondernemersnummer: 0792.436.946
Bankrelatie: KBC BE 32 7330 6918 7302
Voorzitter Johan Christiaen
0470 22 81 45
Ondervoorzitter Prof. dr. Dominique Vandijck

Advies Ronny Pieters
Prostaatlijn vzw doet beroep op onafhankelijke deskundigen om uw vragen op een wetenschappelijke manier te beantwoorden waarbij onze basiswaarde van ziekenhuis neutraliteit tezamen met respect én privacy bovenaan staan.
Professor dr. Dominique Vandijck – Gezondheidseconoom UGent en co-CEO Stop Darmkanker vzw superviseert onze medische artikelen.

Bij jonge mannen is de prostaat op gebied van grootte te vergelijken met een walnoot (bruine noten).
Bij het ouder worden neemt het volume van de prostaat meestal toe (witte noten).
De prostaat groeit zowel naar buiten als naar binnen waardoor hij nauwer sluit omheen de plasbuis. Vermits de plasbuis dwars door de prostaat loopt kunnen hierdoor plasklachten ontstaan, hetgeen vervelend kan zijn maar vermits dit een natuurlijk proces is noemen we dit een goedaardige prostaataandoening.
Helaas bestaan er ook kwaadaardige ontwikkelingen in de prostaat zoals prostaatkanker.
Wanneer de kankercellen enkel voorkomen binnen de prostaat dan spreken we over een niet-uitgezaaide prostaatkanker (lichtblauwe noten).
Treden de kankercellen buiten het kapsel en komen ze ook op andere plaatsen terecht dan spreken we over een uitgezaaide (gemetastaseerde) of uitgebreide prostaatkanker (donkerblauwe noten).

